Nieuwsbrief

Activiteiten

wo apr 25, 2018 @14:30
Plantenwerkgroep 'PQ' Inventarisatie, Wervershoof
zo apr 29, 2018 @10:00
Fotograferen op de Suyderbraeck
za mei 05, 2018 @10:00
Vogelkijkdag Twisk
wo mei 09, 2018
Hemelvaartkamp 2018, Holterberg
wo mei 16, 2018 @14:30
Plantenwerkgroep Inventarisatie Suyderbraeck
za mei 19, 2018 @10:00
Vogelkijkdag Vooroever
za mei 19, 2018 @10:00
Nationale vogelweek
vr mei 25, 2018
Argusvlinder Teldagen
za mei 26, 2018
Argusvlinder Teldagen
zo mei 27, 2018
Argusvlinder Teldagen

 

argusvlinder
Argusvlinder (Lasiommata megera)

Deze soort vliegt laag bij de grond over bloemrijke graslanden en bermen, waar zij op zoek is naar een gunstig plekje om haar eieren af te zetten.
Vanaf kale plekken op de grond bewaken de mannetjes een territorium.
Voorvleugellengte: 19-25 mm

atalanta
Atalanta (Vanessa atalanta)

Evenals Dagpauwoog (Inachis io) en Kleine vos (Aglais urticae) een vlinder die je makkelijk kunt herkennen. Ze rusten graag met open vleugels op een windstille plek in het zonnetje.
Alle drie leggen hun eitjes alleen op brandnetelbladeren. Komen voor in tuinen en parken.
In opeenvolgende jaren kan hun aantal sterk wisselen. 
Voorvleugellengte: 26-32 mm

Bont zandoogje
Bont zandoogje (Pararge aegeria)

Bovenzijde van de vleugels is donkerbruin met licht gele vlekken. Op de voorvleugel zit een oog.
Op de achtervleugel zijn drie- of vier oogvlekken met een witte kern.
Zij leven in een open vochtig bosrijk gebied en zonnen graag op of naast het pad.
De mannetjes zijn herkenbaar aan hun territoriaal gedrag. 
Voorvleugellengte: 19-22 mm

boomblauwtje
Boomblauwtje (Celastrina argiolus)

Op het eerste gezicht makkelijk te verwarren met het Icarusblauwtje.
Maar het Boomblauwtje komt het meest in tuinen voor en vliegt van april tot september.
Op de onderkant van de vleugels bevinden enkele zwarte stipjes.
Het vrouwtje heeft meer zwart op de blauwe vleugel.
Voorvleugellengte: circa 14 mm

Bruin blauwtje
Bruin blauwtje (Aricia agestis)

Het Bruin blauwtje kan verward worden met het vrouwtje Icarusblauwtje.
Je kunt ze samen treffen in één en hetzelfde leefgebied namenlijk kruidenrijk grasland.
De vlinder is weinig mobiel. Het is de kleinste vlinder van de blauwtjes.
Er is geen blauwe gloed op de bovenvleugels. De buitenste franjeachtige rand is wit geblokt. 
Voorvleugellengte: circa 13 mm

icarusblauwtje
Icarusblauwtje (Polyommatus icarus)

Komt voor in bloemrijke graslanden en braakliggende terreinen. Het mannetje is intens blauw en heeft een dun zwart randje langs de vleugelrand. Het vrouwtje, dat bruinblauw is, vertoont aan de onderzijde eenzelfde tekening als het mannetje: bruine-oranje vlekjes langs de randen, terwijl over de hele oppervlakte zwarte stipjes met een wit randje waarneembaar zijn. 
Voorvleugellengte: circa 15 mm

citroenvlinder
Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)

Deze vlinder valt op door zijn vorm en felle groengele kleur. Net zoals de Distelvlinder is het een goede vlieger en legt behoorlijke afstanden af. Aan zijn stevige vleugelslag kun je hem herkennen. Het is de eerste vlinder die in het voorjaar ontwaakt uit zijn winterslaap.
Het afzetten van eitjes gebeurt vooral op Vuilboom (Sporkehout).
Voorvleugellengte: 27-30 mm

dagpauwoog
Dagpauwoog (Inachis io)

Evenals Kleine vos (Aglais urticae) en Atalanta (Vanessa atalanta) een vlinder die je makkelijk kunt herkennen. Ze rusten graag met open vleugels op een windstille plek in het zonnetje.
Alle drie leggen hun eitjes alleen op brandnetelbladeren. Komen voor in tuinen en parken.
In opeenvolgende jaren kan hun aantal sterk wisselen. 
Voorvleugellengte: 24-31 mm

distelvinder
Distelvlinder (Vanessa cardui)

Een grote vaal-oranje vlinder met zwart-witte vleugelpunten. Deze soort vind je veel bijallerlei soorten distels, waar ze nectar snoepen.
Het is een bekende trekvlinder die in sommige jaren massaal aanwezig is. 
Voorvleugellengte: 26-30 mm

gehakkelde aurelia
Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album)

Deze herken je heel goed aan zijn gekartelde vleugelrand. Het lijkt net of er allemaal hapjes uit zijn genomen. Een witte C zie je aan de onderkant van de vleugel. Hij fladdert nogal onrustig voor je uit en houdt van lekker beschutte zonnige plekjes, zoals een bosrand. Het is een van de eerste vlinders in het voorjaar en hij vliegt tot eind oktober. 
Voorvleugellengte: 20-26 mm

hooibeestje
Hooibeestje (Coenonympha pamphilus)

Op ruige grasveldjes of op braakliggende terreintjes kun je deze kleine geelbruine vlinder tegenkomen. Soms rust hij uit op een grasstengel met dichtgeklapte vleugeltjes. Dan is nog wel het “oogje” zichtbaar op de onderkant van de voorvleugel. 
Voorvleugellengte: circa 15 mm

kleine vos
Kleine vos (Aglais urticae)

Evenals Dagpauwoog (Inachis io), en Atalanta (Vanessa atalanta) een vlinder die je makkelijk kunt herkennen. Ze rusten graag met open vleugels op een windstille plek in het zonnetje.
Alle drie leggen hun eitjes alleen op brandnetelbladeren. Komen voor in tuinen en parken.
In opeenvolgende jaren kan hun aantal sterk wisselen. 
Voorvleugellengte: 22-25 mm

kleine vuurvlinder
Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)

Slaat graag zijn vleugeltjes uit op schrale plekken zoals wegbermen, waar hij onrustig heen en weer vliegt. Mannetjes verdedigen hun eigen plek vooral als hier Schapen- of Veldzuring staat.
Een diepe oranje kleur heeft hem de naam vuurvlinder bezorgd. Vliegtijd: mei tot in oktober. 
Voorvleugellengte: circa 13 mm

groot koolwitje
Groot koolwitje (Pieris brassicae)

Evenals Klein koolwitje (Pieris rapae) en Klein geaderd witje (Pieris napi) een veel voorkomende vlinder in tuinen, bermen en koolvelden. Er zijn slechts kleine verschillen tussen deze drie soorten.
Het Groot koolwitje heeft een duidelijker brede zwarte vlek dan het Kleine koolwitje.
Voorvleugellengte: 28-32 mm

kleingeaderd witje
Klein geaderd witje (Pieris napi)

Wanneer het Klein geaderd witje uitrust, dan zie je duidelijke grijsgroene aders over de dichtgeklapte vleugel.
Voorvleugellengte: 20-24 mm

klein koolwitje
Klein koolwitje (Pieris rapae)

Het Klein koolwitje komt hier het meeste voor.
Voorvleugellengte: 21-27 mm

landkaartje
Landkaartje (Araschnia levana)

De voorjaarsgeneratie van het Landkaartje heeft een oranjebruine bovenzijde met zwarte vlekken. De zomergeneratie is veel donkerder. De witte vlekken vormen een soort band over de beide vleugels. Het patroon aan de onderzijde lijkt net op een landkaart. Hij houdt van een beschutte plek en fladdert daarom in de buurt van struiken en bomen. De rups leeft op Brandnetel. 
Voorvleugellengte: 16-21 mm

oranje tipje
Oranjetipje (Anthocharis cardamines)

Het mannetje is herkenbaar aan de grote oranje vlek op de voorvleugel.
Het Oranjetipje komt niet veel voor in West-Friesland want zijn favoriete landschap ontbreekt hier.
Maar soms ziet men onverwachts een Oranjetipje in de tuin op Look-zonder-look of snoepend van de Pinksterbloem langs de slootkant. Vliegtijd: april en mei. 
Voorvleugellengte: circa 20 mm

zwartsprietdikk
Zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola)

Een klein vlindertje met een plomp lijfje, dat in juli en augustus veel voorkomt in graslanden.
In rust heeft het de voorvleugels samengeklapt en heeft daardoor een apart model. 
Voorvleugellengte: 12-14 mm

Meer over vlinders vind je op www.vlinderstichting.nl, www.vlinderskijken.nl en www.vlindernet.nl

Terug